Verankeren in plaats van verzwaren van een grote parasol
Een doek van 25 m2 vangt bij dezelfde windsnelheid bijna drie keer zoveel wind als een doek van 9 m2. Bij deze maat loop je tegen de grens aan van wat een losse voet nog kan opvangen.
Voor een stokparasol van 5x5 meter is 90 kg de absolute ondergrens en op een open terras nog steeds aan de lichte kant. Reken op 120 kg of meer. Voor een zweefparasol van 500x500 cm is een losse voet meestal geen serieuze optie meer. Daar werk je met een grondanker in de bestrating, een verzonken voethuls of een verzwaring met tegels op het onderstel.
Praktisch betekent dat één ding: betrek de plaatsing bij de terrasinrichting in plaats van erna. Een grondanker leg je aan tijdens het bestraten, niet als het terras al ligt. Overleg dit ook met je gemeente als je terras op openbare grond staat, want een vaste verankering valt vaak onder een andere vergunning dan een losse parasol.
Sluit de parasol bij aanhoudende wind. Fabrikanten geven voor deze categorie doorgaans windkracht 5 als bovengrens aan, en bij 25 m2 doek is die grens harder dan bij kleinere maten.
Waterafstotend, en waarom dat genoeg is
Geen enkele parasol is honderd procent waterdicht. Het doek zit met naden aan de baleinen vast en bij uren aanhoudende slagregen komt daar uiteindelijk vocht doorheen. Dat geldt voor elk merk, ongeacht wat er in een productomschrijving staat.
Wat wel klopt: alle horeca parasols in dit assortiment zijn waterafstotend. Het acryl dralon doek van 350 g/m2 is teflonbehandeld, waardoor water eraf parelt in plaats van erin trekt. Bij een gewone Nederlandse regenbui lekt er niets door en blijven je gasten droog zitten. Het doek zuigt zich niet vol, dus de parasol wordt niet zwaar en droogt na de bui snel weer op.
De grens ligt niet bij het water maar bij de wind. Bij een stevige bui waait het meestal ook, en dan sluit je een parasol van 25 m2 sowieso. Wil je gasten laten zitten terwijl het uren doorregent, dan is een parasol niet het juiste product en kijk je naar een lamellen overkapping.
Waar je de mast neerzet
Een parasol van 5x5 meter geeft 25 m2 schaduw, maar die schaduw staat vrijwel nooit recht onder het doek. Hoe lager de zon, hoe verder het schaduwvlak opschuift. Met een doekrand op 2,50 meter is de verschuiving gelijk aan 2,50 gedeeld door de tangens van de zonshoogte.
Verschuiving van het schaduwvlak bij een doekrand op 2,50 meter
Zon op 60 graden, rond 13:40 uur in juni: de schaduw is 1,4 meter opgeschoven. Er valt nog 71 procent van het schaduwvlak op de oorspronkelijke plek.
Zon op 45 graden, rond 10:40 en 16:45 uur: 2,5 meter opgeschoven, nog 50 procent overlap.
Zon op 30 graden, rond 09:00 en 18:25 uur: 4,3 meter opgeschoven, nog 13 procent overlap.
Die laatste regel is het echte argument voor deze maat. Bij een zonshoogte van 30 graden, dus rond negen uur in de ochtend en half zeven in de avond, is een parasol van 4x4 volledig van de tafelopstelling afgeschoven en een 3x3 ook. Een 5x5 houdt dan nog 13 procent van zijn schaduw boven de tafels. Op een avondterras is dat het verschil tussen wel en geen schaduw.
Zet de mast bij voorkeur 1,5 tot 2,5 meter aan de zonzijde van de tafels. Bij een vaste verankering kies je die plek maar één keer, dus loop het terras op een zonnige middag eerst een paar keer af voordat je boort.
Wanneer twee kleinere parasols beter zijn
Een 5x5 is niet altijd de juiste keuze. Op terrassen die smaller zijn dan vijf meter kom je met de diagonaal van 7,07 meter over de terrasgrens heen zodra je de parasol kantelt. Ook op terrassen met een onregelmatige vorm werken twee parasols van 4x4 vaak beter, omdat je ze om de hoeken heen kunt plaatsen.
En er is een praktisch punt: één parasol van 5x5 betekent dat je bij onderhoud of schade je hele terras zonder schaduw zit. Twee kleinere parasols spreiden dat risico.